Collegeprogramma 2010-2014
Samen voor Doesburg
Collegeprogramma 2010 -2014
SP, Stadspartij Doesburg en D66 bereikten in april overeenstemming over de hoofdlijnen van beleid voor de komende jaren. In dit collegeprogramma is alles uitgewerkt. De volgorde van de onderwerpen sluit aan bij de inrichting van de programmabegroting. Met de burgemeester is afgestemd over de inhoud van het programma en over de portefeuilleverdeling.
In de afgelopen periode is gewerkt aan het realiseren van de hoofddoelstellingen van het door de raad vastgestelde beleid. De raad is nadrukkelijker betrokken geraakt bij de vormgeving van de processen en via een verbeterde informatiecyclus in staat gesteld om de resultaten te volgen en te beoordelen. Op dit moment staan -naast het werk aan de inhoud- centraal:
1. De versterking van de gemeentelijke bestuurskracht,
2. Het verbeteren van de werkwijze van de ambtelijke organisatie en van de aansturing erop,
3. De verdere uitbouw van intergemeentelijke en regionale samenwerking.
Er komen lastige tijden aan. Reeds vorig jaar werden wij geconfronteerd met een aantal door de Rijksoverheid geëffectueerde nadelige ontwikkelingen op het gemeentefonds, onze belangrijkste inkomstenbron. De effecten daarvan die zijn meegenomen in de gemeentebegroting 2010-2013 hebben geleid een fors materieel tekort. Het aanvankelijke tekort van 2010 heeft de raad in zijn vergadering van november 2009 met een divers pakket aan maatregelen inmiddels weten op te vangen. De verwachting bestaat ook dat de nog aanwezige begrotingstekorten voor de jaren 2011 en volgende op basis van de huidige inzichten en de reeds in voorbereiding genomen bezuinigingsvoorstellen, kunnen worden weggewerkt. Het voornemen is om de betreffende concrete voorstellen daartoe in 2010 en 2011 aan de raad voor te leggen.
Nog geen rekening gehouden is echter met de "nieuwe" bezuinigingen die door het Rijk zijn aangekondigd als gevolg van kredietcrisis. De verwachting bestaat dat een belangrijk deel van deze bezuinigingen zullen worden afgewenteld op de gemeenten. Dat gaat (op basis van de op 9 maart jl. gepresenteerde ambtelijke bezuinigingsvoorstellen) gebeuren in de vorm van:
1. Verdere kortingen op het gemeentefonds,
2. Het afschaffen, dan wel korten op diverse specifieke uitkeringen,
3. Het overhevelen van taken naar gemeenten zonder voldoende middelen,
4. De doorwerking van rijksbezuinigingen die leiden tot extra kosten voor de gemeenten.
Het financiële perspectief is derhalve uitermate somber.
Daarnaast heeft n.a.v. een rijkskorting op het provinciefonds ook de Provincie Gelderland bezuinigingen aangekondigd die onze gemeente direct of indirect zullen treffen.
Voor een gemeente die er -komend van ver- juist in geslaagd is om haar financiën structureel op orde te krijgen en volop werkt aan het realiseren van goede perspectieven voor de toekomst is een dergelijke aankondiging ontluisterend. Niets lijkt nu meer vanzelfsprekend.
Eén van de onderwerpen van de heroverwegingen is de bestuurlijke organisatie van Nederland. De adviezen van de ambtelijke werkgroep (1. Geen middenbestuur, wel grote gemeenten, 2. Grootschalig herindelen, met versterkte focus middenbestuur) stemmen weinig hoopvol met betrekking tot ons streven naar het voortbestaan als zelfstandige gemeente Doesburg. De kracht van de kleinschaligheid wordt in bestuurlijk Nederland nog steeds miskend.
Unieke gemeente
Doesburg is uniek. De drie partijen die de huidige coalitie vormen hebben ieder op eigen wijze van een stevige ambitie blijk gegeven om het mooie dat Doesburg in zich bergt te behouden. De historische binnenstad, de kleinschalige woonwijken, de ligging in het groen en de band met het water, de uiterlijke verschijning van de stad, dit alles willen we koesteren en bewaren. En waar mogelijk en gewenst: versterken. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet met de bestaande waarden dus goed rekening gehouden worden. Altijd met de lange termijn in gedachten.
Mensen wonen graag in Doesburg. Door de eeuwen heen vonden mensen van diverse origine hier een plaats om te wonen en te werken. Met de nabije en verre omgeving vond een constante uitwisseling plaats van mensen, van ideeën, van culturen. Het resultaat is een open en tolerante sfeer, een cultuur waarin altijd plaats is voor nieuwe ontwikkelingen. Wil Doesburg zijn kracht, zijn eigenheid behouden, dan moet de dynamiek blijven, moeten we goed inspelen op de woonbehoeften van onze inwoners en de werkgelegenheid versterken. Behoud van de betrokkenheid van onze inwoners is bij alles cruciaal.
Persoonlijke vrijheid, ontplooiing van individuele talenten en eigen verantwoordelijkheid dienen gekoppeld te zijn aan onderlinge verbondenheid en collectieve verantwoordelijkheid. Doesburg wil een sociale en rechtvaardige gemeente zijn. Ook op dit punt kennen we een sterke traditie. Wie, tijdelijk of langdurig, niet in staat is om voor zichzelf te zorgen moet kunnen rekenen op hulp en ondersteuning. Van belang is en blijft het ontwikkelen van nieuwe toekomstperspectieven voor onze stad en voor haar inwoners. Zodat geen talenten onbenut blijven en iedereen naar vermogen bijdraagt aan ons gezamenlijk welzijn.
21 april 2010
namens de fracties van SP, Stadspartij Doesburg en D66
Hoofddoelstellingen 2010-2014
Het nieuwe college kiest ten behoeve van de periode 2010-2014 voor de volgende hoofddoelstellingen van beleid:
- Blijven werken aan een toekomstbestendig en zelfstandig Doesburg. Tijdig en adequaat opvangen van de gevolgen van de crisis. Langetermijnvisie ontwikkelen (Stadsvisie), resulterend in een economisch beleidsplan en een nieuwe structuurvisie.
- Vergroting van kansen voor mensen om in hun eigen inkomen te voorzien, meer aansluiting daartoe bij de bewegingen in de regio. Ontwikkeling van nieuwe werkgelegenheid en grote zorg voor het optimaal matchen tussen vraag en aanbod.
- Behoud en versterking van natuur en groen in en om de stad, zorgvuldige belangenafweging bij alle ruimtelijke ontwikkelingen. Behoud van onze prachtige historische binnenstad. In dit alles ligt een belangrijke basis voor het versterken van toerisme en recreatie in Doesburg.
- Nieuwe woningbouw naar lokale behoefte, waaronder voldoende betaalbare huur- en koopwoningen voor met name starters en ouderen, in het tempo dat nodig is. Maximale toewijzing van woningen aan Doesburgse ingezetenen, met inachtneming van het regionale beleid.
- Wijkgericht werken dient centraal te staan, met een wezenlijke rol voor de wijkraden. De bevolking wordt tijdig betrokken bij ontwikkelingen op alle relevante beleidsvelden en heeft ruime inspraak bij de besluitvorming.
- De ingezette lijn m.b.t. het versterken van de gemeentelijke organisatie wordt doorgetrokken, verantwoordelijkheden blijven laag in de organisatie liggen en zullen beter worden verantwoord en gecontroleerd. Voldoende aandacht voor coaching en begeleiding van onze medewerkers.
- Intensievere intergemeentelijke en regionale samenwerking, gericht op het behalen van alle mogelijke schaalvoordelen, maar met behoud van onze gemeentelijke zelfstandigheid.
- Structurele financiële lasten en baten moeten volledig inzichtelijk zijn en in evenwicht gehouden. Daarbij worden geen taakstellende bezuinigingen opgenomen zonder reële uitkomstverwachting. Voor het overige geldt het principe ‘nieuw voor oud'. Consequente aandacht voor een adequate begrotingscyclus, adequate sturing, strakke budgetbewaking.
- Instandhouding van een sociaal en rechtvaardig vangnet in onze gemeente, een betrokken en op maat toegesneden uitvoering van de Wmo-taken, zorg voor een eerlijke lastenverdeling over onze inwoners.
Programma 1 - Contact bestuur-bevolking
1.1 Stevige inrichting van het proces om te komen tot een (breed gedragen) langetermijnvisie (Stadsvisie), vast te stellen door de gemeenteraad.
1.2 Uitbouw van de intergemeentelijke samenwerking en van de samenwerking met de regio Achterhoek. Actieve inbreng vanuit Doesburg in de Stadsregio, met name ook met het doel om voordelen te behalen voor onze gemeente, o.a. in de vorm van subsidies. Doel van samenwerking is om alle taken goed te blijven uitvoeren, schaalvoordelen te behalen, onze zelfstandigheid te behouden.
1.3 De bilaterale samenwerking met de gemeente Doetinchem krijgt verder vorm. In principe kunnen onze inwoners ook in de toekomst voor alle zaken terecht op het Doesburgse stadhuis.
1.4 De ingezette ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie zal krachtig worden voortgezet. De slagvaardigheid en efficiëntie van het gemeentelijke apparaat worden waar mogelijk verder verbeterd. Waar nodig worden organisatorische aanpassingen doorgevoerd.
1.5 Introductie van een modern personeelsbeleid. De HRM-functie wordt op orde gebracht. Bij de uitvoering van de werkzaamheden worden meer stagiaires ingezet. Er zal geen expertise in eigen huis worden opgebouwd als die maar incidenteel nodig is.
1.6 Relevante beleidszaken en rapportages zullen in een tijdig stadium aan de raad worden voorgelegd opdat deze zijn kaderstellende en controlerende taak goed kan uitvoeren. De informatieplicht van het college aan de raad vindt gestructureerd plaats via de inmiddels geïntroduceerde raadsinformatiebrief.
1.7 Het vergaderen in beslotenheid blijft tot een minimum beperkt. De regels rond het vergaderen in beslotenheid, rond vertrouwelijkheid en geheimhouding dienen voor alle betrokkenen steeds helder te zijn.
1.8 De wijze van vergaderen en inspreken wordt publieksvriendelijker gemaakt. Het college maakt hierover afspraken met de voorzitters van de raadscommissies.
1.9 Eventueel ervaren drempels voor contact van inwoners met onze bestuurders worden waar nodig weggenomen, waarbij wel de efficiëntie bewaakt wordt.
1.10 Het contact met de wijkbewoners wordt verder versterkt. Streven blijft om in heel Doesburg wijkraden actief te hebben en te houden. De introductie van een wijkagenda zal de inbreng vanuit de wijken effectiever kunnen maken. Wijk en wijkraad formuleren daarbij drie tot vijf speerpunten. Zo krijgt de samenwerking met de gemeente ook meer structuur.
1.11 De gemeente en de maatschappelijke instellingen kunnen inschrijven op speerpunten van de wijkagenda's om zo de ambities van de wijken/wijkraden te helpen verwezenlijken. Daarbij ontstaat ook zicht op de wijze van inzet van beschikbare budgetten.
1.12 Bewoners zullen op buurtniveau worden betrokken bij de vormgeving van gemeentelijk beleid, o.a. bij groenonderhoud en bij speelplekkenbeheer. Streven is -in goede afstemming met de gemeentelijke diensten- de buurtbewoners meer verantwoordelijkheid te geven voor de kwaliteit van de openbare ruimte.
1.13 Het Kleine Steden Beleid ondersteunt de gebiedsgerichte aanpak en de versterking van de sociale cohesie. Er wordt maximale inzet gepleegd voor continuering van KSB na 2011.
1.14 Voldoende aandacht voor de ontwikkeling als E-gemeente. I.h.k.v. de verdergaande digitalisering zal de website van Doesburg verbeterd worden, zodat meer informatie hier rechtstreeks ter beschikking komt en meer dienstverlening langs deze weg mogelijk wordt, (o.a. parkeervergunningen).
1.15 Tips en klachten die binnenkomen via de wijkenlijn worden standaard beoordeeld op eventueel structureel karakter, waarna zo nodig adequate maatregelen volgen.
1.16 Er wordt uitbesteed in die gevallen dat de totale kosten lager zijn. Nauwgezette prijs/kwaliteitsbewaking, opdrachtomschrijvingen moeten levering van de gevraagde kwaliteit garanderen tegen de laagste kosten zonder meerwerk.
1.17 T.b.v. gerichte uitvoering van gemeentelijk beleid door derden wordt waar gewenst overgegaan op een productinkoop-relatie in plaats van een subsidierelatie. De prestaties van uitvoerders van gemeentelijk beleid worden afrekenbaar.
1.18 Er wordt een centrale inkoopfunctie ingesteld, gekoppeld aan de ontwikkelingen in de regio Achterhoek. De voordelen van samenwerking met andere gemeenten worden ten volle benut.
1.19 Bij inkoopopdrachten die zich daarvoor lenen, wordt in het bestek opgenomen in welke mate Wwb- of Wsw-clienten dienen te worden ingezet bij de uitvoering van werkzaamheden.
1.20 Op de introductie van de omgevingsvergunning en het integraal gemeentelijke handhavingsbeleid wordt adequaat geanticipeerd.
Programma 2 - Jeugd- en jongerenbeleid
2.1 De uitvoerder van het gemeentelijke jeugd- en jongerenwerk werkt gericht aan het realiseren van de gemeentelijke ambities, zowel m.b.t. het locatiegebonden als m.b.t. het ambulante jongerenwerk.
2.2 Jongeren krijgen de kans, en worden daartoe ook uitgedaagd, om vooral zelf activiteiten te organiseren in en vanuit 0313.
2.3 De invloed van jeugd en jongeren op het gemeentelijke beleid (jongerenhuisvesting, veilig uitgaan, culturele activiteiten, spelen, sporten) wordt vergroot. De speerpunten worden door de jongeren zelf bepaald.
2.4 Maximale gebruikmaking van de accommodatie van 0313, ook door de samenwerking te versterken met verenigingen en instellingen. Blijvende aandacht voor de functies en de kwaliteit van de buitenruimte bij 0313.
2.5 Er wordt goed gevolgd wat er gebeurt op de plekken in Doesburg waar jongeren elkaar ontmoeten. Bij problemen vindt overleg met de buurt plaats, zodat zinvolle maatregelen genomen kunnen worden op basis van voldoende draagvlak.
2.6 De website Jongin wordt stevig neergezet en wordt een duidelijk portal ten behoeve van informatievoorziening aan jongeren in Doesburg.
2.7 Voortzetting van de goede samenwerking met het lokale basisonderwijs teneinde de beleidsdoelen te halen t.a.v. onderwijs, voorkoming van ontwikkelingsachterstanden (GOA), leerplichthandhaving, harmonisatie kinderopvang, sport, gezondheid, spelen, wijkambities.
2.8 Het Doesburgse peuterspeelzaalwerk wordt aanbesteed. De nieuwe periode start op 1 januari 2011. Zo lang er voldoende deelname is, worden t.b.v. peuterspeelzaalwerk drie locaties gehandhaafd.
2.9 Kinderopvang- en eventueel andere wijkvoorzieningen worden in de vestigingen van de basisscholen ondergebracht teneinde alle ruimtes verantwoord te blijven exploiteren. Zo lang de bezettingsgraad voldoende is blijven er zes vestigingen van basisscholen mogelijk.
2.10 Voor-, tussen- en naschoolse opvang wordt zo veel mogelijk gekoppeld aan de scholen aangeboden en waar mogelijk ook aan sportvoorzieningen.
2.11 Het gemeentebestuur zal zijn toezichthoudende rol bij stichting ‘IJsselgraaf' actief invullen en hierover bij de behandeling van jaarbegroting en jaarrekening rapporteren aan de raad(scommissie).
2.12 Leerplichthandhaving is cruciaal. Problemen worden tijdig gesignaleerd en er volgt direct actie. Er moet een sluitend netwerk voor voortijdige schoolverlaters fungeren. Jaarlijkse rapportage over leerplicht en Vtsv aan de gemeenteraad.
2.13 De activiteiten van de Jeugdzorg-adviesteams worden nauwlettend gevolgd en deze worden gelinkt aan het CJG.
2.14 De goede samenwerking die is opgezet met politie, jeugdzorg, jongerenwerk en andere Pakkans-deelnemers wordt voortgezet. We moeten op creatieve wijze aan zichtbare acties vorm blijven geven. De drieledige aanpak van problemen rond jongeren blijft: individueel, groepsgericht en domeingericht.
2.15 Het Centrum voor Jeugd en Gezin wordt gevestigd aan de Linie en is primair een bundeling van bestaande voorzieningen, overzichtelijk en toegankelijk. De regie op het proces van totstandkoming ligt bij de gemeente.
2.16 De ontwikkeling van Maatschappelijke stages is een taak voor het onderwijs en het vrijwilligerswerk. De gemeente stelt stageplekken voor onze jeugd beschikbaar.
2.17 Bij nieuwbouw wordt 3% van de bouwgrond ingericht als speelruimte, in de bestaande wijken wordt naar het zelfde percentage gestreefd.
2.18 Het onderhoud en beheer van de speelvoorzieningen wordt zodanig geregeld dat de kwaliteit duurzaam gewaarborgd is.
2.19 De buurt wordt zo veel mogelijk betrokken bij het schoon, heel en veilig houden van de speelplekken, ondersteund door Stadswerf en Springplank.
Programma 3 - Sport, recreatie en cultuur
3.1 De sportvoorzieningen blijven gekoppeld aan de wijken. Voorstellen van verenigingen om accommodaties aan te passen of te verplaatsen worden op hun merites beoordeeld.
3.2 Zelfwerkzaamheid is voorwaarde voor eventuele aanvullende subsidiëring t.b.v. nieuwe investeringen in de accommodaties; hiervoor stelt de gemeente in principe alleen incidenteel geld beschikbaar.
3.3 Het beheer van de sportaccommodaties wordt bij voorkeur volledig overgedragen aan de zwembadstichting.
3.4 Onderzocht wordt hoe ruimtes voor sportieve, maatschappelijke en culturele activiteiten optimaal te benutten. We zoeken m.n. naar de combinatie buitenschoolse opvang en sport.
3.5 Er zal blijvende aandacht zijn voor de ontwikkelingen bij de verenigingen, voor de kadervorming en voor het zelf vormgeven aan initiatieven. De breedtesportmedewerkers ondersteunen dit waar nodig.
3.6 Voortzetting van de activiteiten die tot nu toe plaatsvonden i.h.k.v. BSI, BOS en NASB. Deze activiteiten worden bekostigd uit rijkssubsidies, KSB-gelden, zonodig aangevuld met incidentele middelen van de gemeente. Maximaal streven naar samenhang met andere initiatieven, zoals gebeurt bij ‘Gezond Doesburg'.
3.7 De gemeentelijke subsidieverordening wordt geactualiseerd. Verenigingen en instellingen worden daarbij betrokken. Doesburg wil het verenigingsleven blijven subsidiëren, mogelijk wordt dit gekoppeld aan te leveren prestaties. Regels en uitvoering worden maximaal eenvoudig gehouden (bijv. overgaan tot vrijstelling van leges bij verenigingen i.p.v. deze subsidiabel stellen).
3.8 Er zal worden getracht om de vele culturele initiatieven die Doesburg rijk is en kleuren zo goed mogelijk te begeleiden.
3.9 Voortzetting van het gesubsidieerde muziekonderwijs in de huidige vorm, waarbij er goede afstemming plaatsvindt met het basisonderwijs. Inzet van middelen heeft hier primair tot doel brede lagen van de bevolking te bereiken.
3.10 De (basis)bibliotheek blijft een laagdrempelige voorziening, voor 18- gratis, voor 65+ blijft een verlaagd tarief gelden. Inhoudelijk zal sturing via het budgetcontract lopen.
3.11 Gematigde tariefsontwikkeling bij het zwembad. Dit moet een voorziening zijn met een lage financiële drempel. Het schoolzwemmen wordt voortgezet.
3.12 De inzet is gericht op het behoud van de Roode Toren voor de toekomst. Samenwerking met de VVV ligt voor de hand en wordt bevorderd.
3.13 Het gemeentelijke monumentenbeleid zal worden geïntensiveerd. De intentie is om de hiervoor beschikbare formatie beperkt uit te breiden. De intentie is een lijst van gemeentelijke monumenten vast te stellen, mede i.v.m. de plannen van het Rijk om eigenaren van gemeentelijke monumenten dezelfde (fiscale) faciliteiten te geven als de eigenaren van rijksmonumenten.
3.14 Het streven is de restauratie van het Arsenaal te laten voltooien. Hoewel het geen expliciete gemeentelijke verantwoordelijkheid betreft, spant de gemeente zich in om hiervoor een passende bestemming te vinden.
3.15 De samenwerking met Zutphen op het gebied van archeologie wordt voortgezet.
Programma 4 - Werk, inkomen en zorg
4.1 In 2010 wordt een geactualiseerd reïntegratiebeleidsplan voorgelegd aan de gemeenteraad. Focus blijft de duurzame uitstroom naar werk of verbetering van het perspectief daarop. Daarnaast blijvende ondersteuning voor degenen die deze stap (nog) niet kunnen maken. De kwaliteit en de continuïteit van het werk van de externe uitvoerders van het beleid worden in de contracten goed geborgd en afrekenbaar gemaakt.
4.2 De samenwerking met o.a. Doetinchem moet leiden tot de realisatie van een werkplein t.b.v. de West-Achterhoek. De mogelijkheden voor Wwb-ers op de lokale en regionale arbeidsmarkt worden verder benut.
4.3 Bij gemeentelijke reïntegratieprojecten (o.a. in de openbare ruimte) ligt de focus op het bieden van reëel perspectief op uitstroom richting regulier werk en op het voorkomen van (jeugd)werkloosheid. Werkgevers worden actief benaderd om Wwb-ers op te nemen, waarbij een eventuele subsidiëring van dienstverbanden wordt afgestemd op de arbeidscapaciteit van degene die reïntegreert en op de mogelijkheden van werkgevers. Duurzame uitstroom is daarbij steeds het doel.
4.4 Het Wwb-reïntegratieproject Springplank wordt voortgezet. Daarnaast wordt aansluiting gezocht bij reïntegratie-initiatieven die elders lopen. Toeleiding van Wwb-ers naar kansrijke sectoren (o.a. zorg) wordt verder verbeterd. Bekeken wordt of het mogelijk is om Wwb-ers lokaal op te leiden voor handhavingsfuncties of dat men hiervoor elders kan aanhaken.
4.5 Doesburg kiest i.v.m. het streven naar kostenbeperking voor het in dienst nemen van een eigen jobhunter. Bij de inzet van jobhunting wordt meer regionaal geopereerd.
4.6 Nieuwe Wwb-ers worden in principe direct in een (diagnose)traject geplaatst en gaan aansluitend aan de slag met regulier werk, gesubsidieerd werk, scholing of opleiding.
4.7 Het beleid betreffende de WIJ is door de gemeenteraad vastgesteld. Doelen zijn het behalen van een startkwalificatie en het voorkomen van uitkeringsafhankelijkheid. Jongeren kunnen worden ondergebracht bij het botenbouwproject, maar er wordt ook aansluiting gezocht bij projecten die elders draaien als antwoord op de groeiende jeugdwerkloosheid. Voorts blijft het reguliere Wwb-instrumentarium ook voor de groep tot 27 jaar beschikbaar.
4.10 De motivatiepremie voor Wwb-ers wordt veranderd in een uitstroompremie. De mogelijkheden van inkomstenvrijlating en vrijwilligersvergoedingen kunnen als (tijdelijke) stimulering worden gebruikt.
4.11 Streven is te komen tot minder (bewerkelijke) regels bij de uitvoering van o.a. de Wwb, tot reductie van ambtelijke inzet door o.a. meer steekproefsgewijs te gaan werken. Wettelijke beslistermijnen worden stipt in acht genomen. Dubbele uitvraag van gegevens wordt voorkomen. Bestandskoppeling wordt als middel ingezet om mensen te helpen van hun rechten op o.a. toeslagen gebruik te maken.
4.12 De Wwb-budgetten (en geleidelijk ook vrij besteedbare Wsw-middelen) worden op maat ingezet t.b.v. reïntegratie (o.a. als loonkostensubsidie), zo veel mogelijk in de reguliere markt.
4.13 Voor subsidieverstrekkingen t.b.v. voormalige ID-ers geldt het uitsterfprincipe. Inzet is om deze subsidies te beëindigen zo gauw zich daartoe een reële gelegenheid voordoet.
4.14 Mensen met een structurele arbeidsbeperking worden in principe verder geholpen naar Wsw en Wajong.
4.15 Ten behoeve van onze Wsw-ers wordt gestreefd naar optimale samenwerking tussen relevante SW-Bedrijven. Er vindt op dit terrein een nadere toekomstverkenning plaats.
4.16 Aan de Doesburgse aanpak bij de inburgering wordt onverminderd vastgehouden. Basis blijft het accent op verwelkoming van nieuwkomers en het belang van het direct of zo snel mogelijk kunnen meedoen in onze lokale samenleving.
4.17 Het bestaande minimabeleid wordt voortgezet. De ambtelijke inzet t.b.v. de uitvoering wordt zo beperkt mogelijk gehouden.
4.18 Mensen met schulden worden zo goed mogelijk geholpen in de richting van een nieuwe start. De schuldhulpverlening wordt daarom voortgezet, wachtlijsten worden voorkomen. Optimale samenwerking op dit terrein tussen gemeente, kredietbank, wooncorporatie (voorkoming huisuitzettingen), maatschappelijk werk en vrijwilligersorganisaties.
4.19 Charitatieve ondersteuning van mensen met een laag inkomen door derde instanties (o.a. Ridderlijke Duitsche Orde) wordt actief onder de aandacht gebracht.
4.20 De praktijk van de Wmo wordt nader bekeken. Inzet is handhaving van het bestaande niveau van voorzieningen en maximaal efficiënte uitvoering. Goede en betaalbare zorg, op maat verstrekt, voor iedereen.
4.21 De mogelijkheden worden onderzocht om de marktwerking in de thuiszorg terug te dringen. Aandachtspunten daarbij zijn de wens om de zorg en hulp beter af te stemmen op de thuissituatie en het streven naar kleinschaliger en meer mensgericht opereren, zonder hogere kosten.
4.22 Het zorgloket ontwikkelt zich verder en krijgt een belangrijke schakelfunctie tussen de verschillende Wmo-voorzieningen (woonvoorzieningen, vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen, inloopvoorziening etc.) die onze stad kent en die nog in wording zijn (o.a. klussen- en boodschappendienst). Waar dat verantwoord is worden algemene voorzieningen ingezet in plaats van individuele.
4.23 Er wordt uitvoering gegeven aan het vastgestelde beleid m.b.t. de ondersteuning van mantelzorgers.
4.24 De ondersteuning van de SAV (Plusbus) wordt voortgezet op het huidige niveau.
4.25 De samenwerking met de eerstelijnsgezondheidszorg wordt geïntensiveerd i.v.m. de gestelde doelen t.a.v. gezondheidsbevordering (voeding, sport), preventie, signalering (ouderen met problemen moeten op tijd in beeld komen), tegengaan en voorkomen van eenzaamheid, meer schakelen tussen voorzieningen (m.n. die op de Linie).
4.26 De buurtacademie wordt doorontwikkeld als voorziening voor volwasseneneducatie,
voor leerwensen uit de wijk, voor scholing t.b.v. reïntegratie en activering.
Programma 5 - Natuur en milieu
5.1 De natuur in en om Doesburg wordt zo veel mogelijk beschermd, het groene karakter van onze stad wordt behouden; herstel van de ecologische waarden en waar mogelijk versterking daarvan.
5.2 Bij ruimtelijke keuzes zal het belang van de natuur zwaar wegen. De Ecologische Verbindingszone (EVZ) wordt niet aangetast.
5.3 De bestaande moerasbiotopen worden gehandhaafd. Oevers waaraan gewerkt wordt krijgen in principe een natuurvriendelijke invulling. Uitgangspunt blijft het plan Roerdomp.
5.4. Bij teruglopend gebruik wordt een passende bestemming gegeven aan vrijkomende volkstuintjes. De bijentuin moet voldoende ruimte behouden.
5.5 De Hoge Linie wordt als beschermd gebied behouden, het bestaande beleid (incidenteel toegankelijk onder begeleiding) blijft in stand; de mogelijkheid van een wandelpad langs de buitenzijde wordt onderzocht. De Lage Linie behoudt de bestemming cultuurhistorisch natuurgebied.
5.6 De locatie Den Helder wordt na de periode van gebruik als slibdepot ingericht als natuurgebied, mogelijk in combinatie met een ruimte voor parkeren/evenementen.
5.7 Er zal een actualisering van het GRP (rioleringsplan) worden aangeboden aan de gemeenteraad.
5.8 De wijze van afvalinzameling/-verwerking wordt beoordeeld op de kostenbeheersing, milieueffecten en dienstverlening.
5.9 De milieustraat aan de Koppelweg wordt gehandhaafd. De invulling blijft sober, kostenbeheersing staat centraal. Verdere implementatie van Berkelmilieu.
5.10 Het in gebouwen aanwezige asbest wordt verder in kaart gebracht, dit met het oog op verwijdering dan wel verantwoord beheer.
5.11 Groenbeheer gebeurt op basis van duidelijke, afrekenbare (beeld)bestekken. De wijk(raad) wordt betrokken bij het opstellen ervan. Er wordt toegewerkt naar minder arbeidsintensief groen. Stukjes openbaar groen kunnen desgewenst door bewoners worden bijgehouden. Maximale inzet van mensen uit de Wsw en de Wwb bij het onderhoud.
5.12 Er worden aanvullende milieuzorgmaatregelen genomen t.a.v. gemeentelijk gebouwen, met het oog op energiebesparing.
Programma 6 - Wonen in Doesburg
6.1 De gemeentelijke woonvisie wordt actueel gehouden. Als vervolg op de nieuw te formuleren Stadsvisie wordt een nieuwe structuurvisie opgesteld.
6.2 Nieuwe woningbouw naar lokale behoefte, waaronder voldoende betaalbare huur- en koopwoningen voor met name starters en ouderen, in het tempo dat nodig is.
6.3 De bestaande goedkope woningvoorraad moet zoveel mogelijk worden gehandhaafd; huurverhogingen die boven de inflatie uitgaan, dienen waar mogelijk vermeden te worden.
6.4 Maximale toewijzing van woningen aan Doesburgse ingezetenen, met inachtneming van het regionale beleid.
6.5 Er wordt een gericht beleid gevoerd om voldoende woonruimte beschikbaar te krijgen voor jonge mensen uit Doesburg. Deze mensen willen we aan onze stad binden.
6.6 Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een heldere gemeentelijke regie. De gemeente stelt altijd de stedenbouwkundige uitgangspunten en randvoorwaarden vast. Streven is steeds de best mogelijke prijs/kwaliteitverhouding te bereiken. Om deze reden zal de rol van commerciële ontwikkelaars veelal beperkt blijven.
6.7 Het historische karakter van onze binnenstad zal beschermd en waar mogelijk verstrekt worden, zodat het daar goed wonen, winkelen en vertoeven blijft.
6.8 Voor het havengebied wordt een nieuwe inrichting voorbereid. De ontwikkeling wordt gekoppeld aan de ontwikkeling van een visie op de hele stad.
6.9 De gemeente initieert nieuw overleg met woonzorginstelling(en) en woningcorporatie(s) dat moet leiden tot de vervanging van Huize St. Elisabeth, in principe op de bestaande locatie.
6.10 Er worden in deze collegeperiode 24 nieuwe verpleegplaatsen gerealiseerd in Doesburg, aanvullend op het aantal van 24 van de Hessegracht.
6.11 Er wordt een terughoudend beleid gevoerd t.a.v. de invulling van beschikbare ruimte in de bestaande wijken (inbreiding).
6.12 Bij nieuwe ontwikkelingen en bij de actualisatie van bestemmingsplannen worden bewoners, belanghebbenden en gemeenteraad in een vroeg stadium betrokken bij de planvoorbereiding.
6.13 In het Zuidelijk Molenveld vindt een beperkte herstructurering plaats, waarmee de woonkwaliteit in de wijk wordt verhoogd. De ruimte voor groen en spelen wordt verbeterd. De herhuisvesting van zittende bewoners krijgt voldoende aandacht.
6.14 Er vindt heroriëntatie plaats op de mogelijkheden om het Koppelweggebied in ontwikkeling te brengen.
6.15 Beinum-West zal als woonlocatie ontwikkeld worden. De planning van de tweede fase wordt tijdig opgestart.
6.16 Het samenleven van oude en nieuwe Doesburgers wordt bevorderd, in de wijk, op school en op het werk.
6.17 Er worden maatregelen genomen om energie te besparen, niet alleen bij de gemeentelijke gebouwen. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden om meer duurzame energie in te zetten. Uitgaan van een maximum terugverdientijd van zeven jaar.
6.18 Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt standaard gekeken naar het belang van het samenleven in de wijk. Dit wordt ondersteund vanuit het Kleine Stedenbeleid.
6.19 Het Kleine Stedenbeleid blijft de aanjager voor wijkgericht werken. Bij de aanpak worden fysieke, sociale en economische elementen aan elkaar gekoppeld.
6.20 Bij beslissingen over alle ruimtelijke ontwikkelingen worden de belangen van mensen met een handicap goed meegewogen middels instelling van een g-toets.
6.21 Ten behoeve van een goed woonklimaat wordt in de wijken voldoende aandacht besteed aan de kwaliteit en aanwezigheid van goede speel-, sport- en verblijfsvoorzieningen.
6.22 Er wordt afgewogen of er een actualisering van de welstandsnota nodig is.
6.23 Er wordt gestreefd naar verbetering van het voorzieningennivo in Beinum, met daarbij speciale aandacht voor ouder worden in de wijk, bijv. ontmoetingsfunctie / buurtcafé.
Programma 7 - Integrale veiligheid en hulpverlening
7.1 Voortdurende aandacht wordt geschonken aan de kwaliteit en beschikbaarheid van de lokale politiezorg. De gebiedsagenten dienen minimaal 80% van hun tijd beschikbaar te zijn voor Doesburg. In principe neemt de gemeente geen taken van de politie over.
7.2 Crisis- en rampenbestrijding worden zo veel mogelijk regionaal opgepakt. Bij de gemeente zelf wordt de organisatie adequaat neergezet.
7.3 Ook m.b.t. de ambulancezorg (eis: optimale kwaliteit en korte aanrijtijden) wordt de vinger stevig aan de pols gehouden. Getracht wordt om bezuinigingen te vermijden.
7.4 Over de mate van professionele bezetting bij de brandweer wordt intergemeentelijk overlegd. Doesburg moet zijn vrijwilligerskorps behouden.
7.5 Nieuwe, extra kosten voor brandweer moeten worden vermeden. Er wordt gestreefd naar een groter efficiëntievoordeel en daarmee kostenbesparing.
7.6 De algemene plaatselijke verordening (APV) wordt geactualiseerd en vereenvoudigd waar dat kan.
7.7 Er wordt gestreefd naar goede samenwerking met de horeca, ook om eventuele knelpunten te vermijden.
7.8 Actieve opstelling van de gemeente en de politie waar het gaat om het bestrijden van overlast in de wijk. Buurtbewoners, wijkraad, ambulant jongerenwerk en ouders worden betrokken bij de aanpak.
7.9 Integrale aanpak van vandalisme, waarbij het accent zal liggen op het realiseren van een efficiënt preventief beleid en maximaal kostenverhaal op daders.
7.10 Belangrijk is dat de wijk zelf samenhang vertoont en ook zoekt. Sociale activiteiten en sociale controle worden gestimuleerd.
7.11 De gemeente zal de bestrijding van de illegale handel in drugs bevorderen. Er vindt hierover nauwe afstemming met de politie plaats.
7.12 Doorgaan met de aanpak van huiselijk geweld. Het -eventueel anoniem- melden zal worden gestimuleerd. Zorg voor voldoende aandacht voor de slachtoffers.
7.13 Invoering van de bestuurlijke boete als middel voor handhaving in de openbare ruimte en als kostendekker ervan.
7.14 Juridische procedures worden zo veel mogelijk voorkomen, waarbij waar mogelijk het instrument van mediation wordt ingezet.
7.15 De kosten van buurtbemiddeling worden kritisch beoordeeld. De meerwaarde moet steeds voldoende helder zijn.
7.16 In het belang van het bevorderen van goed gedrag en het handhaven van de regels geldt een integraal handhavings- en veiligheidsbeleid.
Programma 8 - Economie
8.1 De ontwikkeling van de Stadsvisie zal in samenspraak met ondernemend en werkend Doesburg leiden tot een economisch beleidsplan voor Doesburg.
8.2 De monumentale stad als belangrijke culturele en economische voorwaardenschepper voor ontwikkeling van Doesburg krijgt aandacht, zij moet worden bewaard en versterkt.
8.3 Behoud van bestaande werkgelegenheid via het onderhouden van goede contacten met het lokale bedrijfsleven en adequaat inspelen op nieuwe ontwikkelingen.
8.4 De bestaande ruimte voor bedrijvigheid wordt optimaal ingevuld. Kansen worden benut om tot meervoudig of geoptimaliseerd ruimtegebruik te komen.
8.5 Optimaal gebruik maken van de mogelijkheden die door de ontwikkeling van het nieuwe bedrijventerrein in Angerlo worden geboden.
8.6 Het toeristische beleid wordt verbeterd via verdere versterking van de relatie met het water, ook onder het thema Hanze, en via samenwerking in de Achterhoek.
8.7 De VVV-vestiging wordt voor Doesburg behouden. Onderzocht wordt hoe de aansluiting bij de Achterhoek het best kan worden vormgegeven.
8.8 Er wordt geïnvesteerd in een goede relatie met de middenstand, een belangrijke lokale werkgever. Stadsmanagement kan een goede rol spelen naar de toekomst toe.
8.9 In overleg met de ondernemers worden maatregelen genomen om de stad en alles wat daarin gebeurt nog aantrekkelijker te maken voor de toerist, de regelmatige bezoeker en de Doesburger zelf.
8.10 De binnenstad blijft autoluw op de zaterdagen en op de culturele zondag.
8.11 Getracht wordt de vestiging van nieuwe, ook kleinschalige bedrijven te bevorderen en de kwetsbaarheid van onze stad op het gebied van de werkgelegenheid te verkleinen.
8.12 Er wordt actief beleid gevoerd om wonen en werken meer te combineren, ook in de
woonwijk. Zonodig kan de regelgeving hieromtrent worden aangepast.
8.13 Alle talenten zijn nodig. Aandacht voor goede keuze- en studiebegeleiding. Schooluitval wordt actief tegengegaan, we willen dat iedereen een startkwalificatie behaalt.
8.14 Springplank blijft een belangrijke leer- en werkvoorziening voor Wwb-ers, die daar werken aan hun toekomst en tegelijk dienstverlener zijn in de openbare ruimte.
8.15 Er worden concrete afspraken gemaakt met lokale en regionale zorginstellingen over de opleiding en toeleiding van Doesburgse werkzoekenden t.b.v. de invulling van vacatures.
8.16 Actieve promotie van Doesburg als vestigingsplaats voor ondernemers. Toegankelijke regels, vergunningverlening via één traject (ondernemersloket).
Programma 9 - Verkeer en vervoer
9.1 Het onderhoud aan ons wegennet en trottoirs moet deugdelijk en op tijd gebeuren. Er vindt een adequate planning plaats, bij de uitvoering wordt goed afgestemd op de werkelijke ontwikkelingen.
9.2 Er worden adequate verkeersmaatregelen genomen ten behoeve van autoluwe singels rond de binnenstad. De lang gewenste rotonde bij Wielbergen moet er eindelijk komen.
9.3 Op diverse locaties net buiten de oude stad zal men in de toekomst gratis kunnen blijven parkeren. Er komt een belangrijke toevoeging van vrije parkeerruimte aan de haven.
9.4 Er zal worden gestreefd naar uniformiteit bij het betaald parkeren teneinde de publieksvriendelijkheid te vergroten.
9.5 Het gebruik van de fiets zal worden gestimuleerd. Er zal zorg zijn voor veilige, goed begaanbare fietspaden en voor het kunnen plaatsen van fietsen in de binnenstad.
9.6 In de regionale overleggen zal verbetering van het openbaar vervoer van en naar Doesburg worden bepleit, juist ook in de weekeinden. Dit geldt in het bijzonder voor de aansluiting op NS-station Dieren.
9.7 Op de realisatie van de geluidswal volgt verdere aanpak van de geluidsproblematiek langs de N317. Ook ter hoogte van de Nahuyssingel, het viaduct Panovenweg en de van Kinsbergenstraat zal nog gedurende deze raadsperiode het geluid worden afgeschermd.
9.8 Betere toegankelijkheid (voor ouderen en mensen met beperking) van de binnenstad en van de andere wijken (rollatorroutes, verhoogde opstapplaatsen bus). Bij herontwikkeling van de openbare ruimte wordt voldoende aandacht besteed aan de positie van ouderen en gehandicapten.
9.9 De kosten van energieverbruik bij de openbare verlichting worden zo veel mogelijk beperkt.
9.10 Het strooibeleid wordt geëvalueerd, met bijzondere aandacht voor de positie van de ouderen.
Programma 10 - Ouderenbeleid.
10.1 Het beleid voor ouderen wordt in een samenvattende notitie beschreven. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de formuleringen t.b.v. Wmo-beleid, wonen-welzijn-zorg, gezondheidsbeleid, samenlevingsbeleid.
10.2 De gevolgen van het rijksbeleid voor de positie van ouderen worden nauwlettend in het oog gehouden en, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft of krijgt, opgevangen.
10.3 Uitgangspunt bij de volkshuisvesting is dat ouderen zo lang mogelijk in de eigen wijk kunnen blijven wonen (levensloopbestendige woningen) met goede zorg en hulp en met toegankelijke voorzieningen in de buurt.
10.4 Er wordt in samenwerking met de zorginstelling ingespeeld op de woonzorgbehoefte van alle Doesburgse ouderen, dus ook aandacht voor onze Turkse en Molukse ouderen.
10.5 I.h.k.v. het lokale samenlevingsbeleid wordt bijzondere aandacht besteed aan het kunnen meedoen van alle ouderen in de wijk. Met wooncorporaties en zorginstellingen vindt afstemming plaats over verbetering van zorg-, hulp- en verdere voorzieningen in de buurt.
10.6 De gemeente ziet erop toe dat de voorzieningen, zeker voor de minder draagkrachtige ouderen, betaalbaar zijn.
10.7 De ervaringen met het seniorenloket en met de uitvoering van de thuiszorg in de wijken worden steeds meegenomen bij de vormgeving van het gemeentelijke zorgloket.
10.8 De onderdelen ouderenwerk en vrijwilligerswerk van de huidige welzijnstaken worden in de loop van 2011 aanbesteed.
10.9 Er komt een brede Wmo- of Sociale Raad waarin de seniorenraad, bij instemming, zal opgaan.
Financiën
- Er wordt een sluitende begroting en meerjarenraming 2011-2014 gerealiseerd, in eerste instantie zonder meeneming van de nog komende crisisbezuinigingen.
- Anticiperen op de nog komende bezuinigingen door tijdig een nadere afweging te maken m.b.t. te behouden en af te stoten taken.
- Voortzetting van het werk van de bezuinigingswerkgroep. Zaken moeten zijn uitgezocht op het moment dat duidelijk wordt wat de impact van de uiteindelijke maatregelen wordt.
- Op basis van de circulaires van het ministerie worden concrete maatregelen genomen. Geen taakstellende bezuinigingen, tenzij er zekerheid bestaat over te behalen resultaten.
- Introductie van een strakke interne budgetdiscipline. Iedere budgethouder neemt hierin zijn/haar eigen verantwoordelijkheid om tot reductie van uitgaven te komen.
- Vergroting van de inzichtelijkheid van de begroting/productenraming. Alle ambtelijke kosten worden volledig verwerkt, inclusief een reële raming van de post ‘werken derden'.
- Externe inhuur wordt zo veel mogelijk beperkt. Plannen zullen in principe in eigen beheer dan wel in samenwerking met de buurgemeenten worden opgesteld.
- De clusterplannen worden goed geïntegreerd in de begrotingscyclus. Het college wordt in staat gesteld te sturen op basis van door de organisatie voorgelegde keuzemogelijkheden.
- Verbeterde bedrijfsvoering, adequate werkprocessen, goede planning & control en goede personeelszorg moeten onze medewerkers in staat stellen om hun werk met plezier te blijven doen en maximaal efficiënt te werken.
- Blijven investeren in goede samenwerking met maatschappelijke en religieuze organisaties, ook gezien het groeiende belang daarvan voor het behalen van resultaten.
- Er zal optimaal gebruik worden gemaakt van externe middelen en van de resterende subsidiemogelijkheden die door hogere overheden worden aangeboden.
- De beheersplannen, zoals die voor gebouwen- en wegenonderhoud, zullen actueel gehouden worden, teneinde scherp te kunnen sturen op de uitgaven.
- Er worden geen verplichtingen aangegaan of plannen ontwikkeld wanneer niet duidelijk is hoe de financiering geregeld kan worden.
- Bij herinvesteringen en nieuwe investeringen worden telkens goede afwegingen gemaakt met betrekking tot nut en noodzaak.
- Beleidsdoelen worden in principe binnen bestaande budgetten gerealiseerd. De inzet wordt optimaal verdeeld over de collegeperiode.
- In combinatie met de bezuinigingstaak gaat het principe ‘nieuw voor oud' gelden: er wordt alleen structureel nieuw beleid ingezet indien daarvoor in de plaats bestaand beleid wordt geschrapt. Er kunnen geen extra structurele verplichtingen meer worden aangegaan. Er vindt bij investeringen standaard een onderhoudstoets plaats. Incidentele zaken kunnen met incidenteel geld worden bekostigd.
- Uitgangspunt is een eerlijke lastenverdeling voor de burgers; de lokale lasten worden jaarlijks in principe met maximaal het inflatiepercentage verhoogd.
- De nota reserves en voorzieningen zal geactualiseerd worden, waarbij alle onderdelen opnieuw op nut en noodzaak bekeken worden. De positie van het gemeentelijke grondbedrijf wordt daarbij ook opnieuw bekeken.
- Strikte uitvoering van het beleid m.b.t. in- en uitbesteding. Uitvoering van taken door derden zal geschieden op basis van gerichte inkoop van diensten en er wordt afgerekend op basis van een heldere verantwoording.
- Er worden drie wethouders aangesteld voor de prijs van anderhalf.
Lijst van gebruikte afkortingen
APV Algemene Plaatselijke Verordening
AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
BOS Buurt-Onderwijs-Sport
BSI Breedte Sport Impuls
DOV Doesburgse Ondernemers Vereniging
E-gemeente Electronische gemeente
EVZ Ecologische Verbindingszone
GRP Gemeentelijk Rioleringsplan
GSF Gelderse Sportfederatie
GOA Gemeentelijk Onderwijs-Achterstandenbeleid
HRM Human Resources Management
ICT Informatie- en Communicatietechnologie
ID-banen (voormalige) Instroom-Doorstoom-banen
KAN Stadsregio Knooppunt Arnhem-Nijmegen
KSB Kleine Steden Beleid
NASB Nationaal Actieplan Sport en Bewegen
SAV Stichting Aangepast Vervoer
SID Samenwerkende Industrie Doesburg
SW Sociale Werkvoorziening
Vtsv Voortijdig Schoolverlaters
VVV Vereniging Voor Vreemdelingenverkeer
Wajong Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten
WIJ Wet Investeren in Jongeren
Wmo Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Wsw Wet Sociale Werkvoorziening
Wvg Wet Voorzieningen Gehandicapten
Wwb Wet Werk en Bijstand
W-deel/I-deel Werkdeel/Inkomensdeel van de Wwb

