De discussie over een mogelijke herindeling of fusie van Doesburg met Zevenaar, Westervoort en Duiven roept terecht vragen op over nut, noodzaak en meerwaarde. Een fusie is een ingrijpende bestuurlijke stap die alleen te rechtvaardigen is als deze aantoonbaar leidt tot betere dienstverlening, lagere kosten, meer bestuurskracht of een sterkere positie voor inwoners. Op dit moment ontbreekt die onderbouwing.
In diverse beleidsstukken wordt gesuggereerd dat kleine en middelgrote gemeenten onvoldoende zijn toegerust voor de opgaven van de toekomst. Daarbij worden onderwerpen genoemd als woningbouw, mobiliteit, economische ontwikkeling, het sociaal domein, duurzaamheid, financiën en ambtelijke capaciteit. Bij nadere beschouwing blijkt echter dat deze opgaven niet uniek zijn voor Doesburg, noch per definitie vragen om een gemeentelijke fusie.
Voor vrijwel al deze beleidsterreinen bestaan al effectieve samenwerkingsverbanden:
Deze structuren functioneren onafhankelijk van een fusie en blijven ook na een herindeling noodzakelijk. Een fusie vervangt deze samenwerking niet, maar voegt er een extra bestuurlijke laag en overgangskosten aan toe.
Historische en identitaire mismatch
Doesburg is een historische Hanzestad met een eigen karakter, schaal en stedelijke structuur. De veronderstelde “Liemerse identiteit” waarop de fusie deels wordt gebaseerd, is vaag gedefinieerd en onvoldoende historisch onderbouwd. Gedeelde landschappelijke kenmerken of een algemene mentaliteit vormen geen stevige basis voor het opheffen van gemeentelijke zelfstandigheid.
Identiteit is meer dan geografie; zij zit in historie, stedelijke ontwikkeling, cultuur en bestuurlijke tradities. In dat opzicht verschillen Doesburg, Duiven, Westervoort en Zevenaar aanzienlijk van elkaar.
Fusies leveren aantoonbaar geen besparingen op
Onderzoek van onder andere COELO laat zien dat gemeentelijke herindelingen:
Integendeel: fusies brengen hoge overgangskosten met zich mee,
zoals: harmonisatie van salarissen en arbeidsvoorwaarden,
Deze kosten worden uiteindelijk gedragen door de inwoners.
Democratische afstand en verlies aan invloed
Een grotere gemeente betekent automatisch meer afstand tussen inwoners en bestuur. Pogingen om dit te ondervangen via deelraden of wijkstructuren onderstrepen juist dat de schaalvergroting bestuurlijk problematisch is. De vraag dringt zich op waarom herindeling nodig is, als tegelijkertijd wordt erkend dat het gebied eigenlijk te groot is om effectief te besturen.
Daarnaast geldt dat zelfstandige gemeenten binnen regionale samenwerkingen meer stemgewicht hebben dan één gefuseerde gemeente. Schaalvergroting betekent dus niet automatisch meer invloed.
Samenwerken is een beter alternatief
De kern van de oplossing ligt niet in fuseren, maar in slimmer en gerichter samenwerken. Door bestaande samenwerkingsstructuren te versterken en waar nodig te verbeteren, kunnen gemeenten elkaar ondersteunen zonder hun zelfstandigheid op te geven. Dat is flexibeler, goedkoper en beter aanpasbaar aan toekomstige ontwikkelingen.
Conclusie
Voor Doesburg is er op dit moment geen overtuigend nut en geen aantoonbare noodzaak voor een fusie. De verwachte voordelen zijn onvoldoende onderbouwd, terwijl de risico’s en kosten aanzienlijk zijn. Een herindeling is geen wondermiddel voor bestuurlijke of financiële uitdagingen en biedt geen garanties voor de toekomst.
Samenwerking waar nodig, zelfstandigheid waar mogelijk – dat is voor Doesburg een verstandiger en toekomstbestendiger koers dan een onomkeerbare fusie.
Appie van der Beek
